Terwijl cabaretier Donny Ronny vol overgave danste op het podium, dacht ik op rij zes na over de parallellen tussen zijn werk en de wetenschap. De voorstelling Donny Ronny Danst kreeg nogal uiteenlopende recensies. Vier sterren in NRC, maar in de Volkskrant gaf Annette Embrechts slechts één ster.
Ooit zat ik in een wetenschappelijke jury waarin we dertig onderzoeksprojecten moesten beoordelen op kwaliteit, innovatie en maatschappelijke relevantie. Eén voorstel eindigde bij het ene jurylid op nummer één en bij het andere op nummer dertig. Die twee juryleden kwamen uit verschillende vakgebieden en hadden totaal andere standaarden voor wat goed, vernieuwend en belangrijk onderzoek was. Wetenschappers kunnen dus net als theaterrecensenten totaal andere ideeën hebben over wat kwaliteit is, sterk afhankelijk van de bril waarmee ze kijken.
Terug naar Donny Ronny (en een andere parallel met de wetenschap). Tijdens zijn openingsdans werd onmiddellijk duidelijk dat hij geen professionele danser is. Ik vroeg me af hoeveel hij improviseerde. Deed hij maar wat met die pasjes? Hoe serieus nam hij zijn eigen voorstelling eigenlijk? Toen hij daarna doodleuk nog eens precies hetzelfde nummer deed, met precies dezelfde bewegingen, had ik mijn antwoord. Het is net als in de wetenschap: een eenmalig resultaat bewijst weinig. Pas als je het een tweede keer kunt herhalen met hetzelfde resultaat, dan heb je echt iets.
Tegen het einde van de voorstelling deelde Donny Ronny een brief uit aan de zaal en terwijl hij lullig langs de rijen liep met een stapel A4’tjes, kreeg ik flashbacks naar talrijke wetenschappelijke bijeenkomsten waar we de hand-out ook even moesten doorgeven.

In deze brief schrijft Gover Meit (de kunstenaar achter de artiestennaam Donny Ronny en eerder Stefano Keizers): ‘Mijn voorstelling gaat over de waarde van amateurisme binnen het professionele podium.’ Ik mijmerde over wat amateurisme nu eigenlijk betekent. Hoe ver mag je buiten je eigen domein stappen voor je weer een amateur bent? Waar ligt de grens tussen amateurs en professionals bij wetenschap? En wanneer verloopt expertise eigenlijk? Sinds mijn proefschrift uit 2010 heb ik niet meer in de wiskunde gewerkt, toch noemt niemand me een amateur als ik word aangekondigd als wiskundige.
Meits brief was gericht aan Conny Janssen. De poster van Donny Ronny leek namelijk nogal op de posters van haar vermaarde dansgezelschap Conny Janssen Danst – en Janssen had hem vriendelijk verzocht om duidelijk te maken dat zijn voorstelling niets met haar werk te maken had. De volgende ochtend stuurde een van de vriendinnen met wie ik naar Donny Ronny Danst ging een fragment uit de talkshow Bar Laat met een heel open gesprek tussen Meit en Janssen. Waarbij Janssen zei dat ze met enorme bewondering en respect had gekeken naar deze voorstelling van een performancekunstenaar.
En toen kwam als verrassing de éénsterrenrecensent uit de coulissen die, ook best dapper, haar recensie kwam toelichten. Ze noemde daarbij voorbeelden van dansvoorstellingen met amateurs die ze wél goed vond. Al die voorbeelden leken één ding gemeen te hebben: ze waren gemaakt door professionele choreografen mét amateurs. Net zoals burgerwetenschappers doorgaans pas serieus worden genomen als ze samenwerken met professionele onderzoekers. Maar dat is iets voor een aparte column.
Deze column verscheen op 20 maart 2025 in de Volkskrant.